‘De motivatie onder Nederlandse leerlingen is de laagste van heel Europa. Terwijl wij weten dat zij behoren tot de gelukkigste jongeren van Europa en wel degelijk graag naar school willen. Kennelijk zijn Nederlandse scholen dus niet in staat om leerlingen plezier te laten hebben in leren. En als zij dat nu al niet hebben, hoe moet dat dan later met het ‘een leven lang leren’.

Ewald Weiss, bestuurder van Lumion Amsterdam – de eerste Kunskapsskolan Partnerschool in Nederland – in april van dit jaar in een interview over de onderlinge samenwerking tussen scholen die in Nederland gepersonaliseerd onderwijs aanbieden.

Het is een opvallende paradox: ‘de motivatie onder Nederlandse leerlingen is de laagste van heel Europa, terwijl wij weten dat zij behoren tot de gelukkigste jongeren van Europa en wel degelijk graag naar school willen’. Ook voor de Nederlandse Onderwijsinspectie, die daar kort geleden een rapport over heeft gepubliceerd. Aan de hand van een onderzoek onder 127 afdelingen. Met als vraag: in hoeverre zijn de volgende 10 kernmerken die bijdragen aan motiverend onderwijs terug te zien in de onderwijspraktijk:

  1. De school zorgt voor een veilige en ordelijke omgeving voor leerlingen.
  2. Het onderwijs is doelgericht.
  3. De school biedt een uitdagend leerstofaanbod.
  4. De leerlingen worden gestimuleerd ‘hogere denkvaardigheden’ te gebruiken.
  5. De leerlingen krijgen effectieve/constructieve feedback.
  6. De school laat zien dat ze hoge verwachtingen heeft van leerlingen.
  7. De leerlingen doen succeservaringen op.
  8. Er is sprake van een positieve relatie tussen de school en de leerlingen.
  9. De leerlingen hebben regie over hun leerproces.
  10. Leerlingen hebben een perspectief op de toekomst.
Uitkomst

Het Onderwijsinspectie rapport hierover: “Uit het onderzoek blijkt dat vier kenmerken veel voorkomen in de onderwijspraktijk: veiligheid, toekomstperspectief, succeservaringen en positieve relaties. Vier kenmerken komen soms voor: doelgerichtheid, uitdaging, hoge verwachtingen en feedback. Twee kenmerken zien we in het onderzoek nauwelijks: hogere denkvaardigheden en eigen regie.” Het onderzoek, zo stelt de Onderwijsinspectie vast, bevestigt dat leerlingen in het Nederlandse voortgezet onderwijs maar matig gemotiveerd zijn. “Toch doen scholen nog steeds te weinig om de motivatie van leerlingen te verbeteren. Slechts enkele motiverende kenmerken komen vaak voor. Bovendien zijn meerdere motiverende kenmerken vooral herkenbaar in de vorm van extra-curriculair aanbod (zoals Chinees of wiskunde D). De reguliere lessen zijn vaak weinig interessant en uitdagend. Leerlingen laten zich nu vooral motiveren door beloningen zoals cijfers, diploma’s, toekomstige opleidingen of banen.”

Gepersonaliseerd onderwijs

Dat de Inspectie dit onderzoek heeft gedaan, is zeer toe te juichen. Bovendien brengt dit onderzoek scherper in beeld aan welke motiverende factoren het Nederlands onderwijs heeft te voldoen. En hoewel er binnen het Nederlands gepersonaliseerde onderwijs de duidelijke observatie is dat de motivatie van leerlingen hoger is, dagen de 10 punten uit het rapport uit om te kijken of het Nederlands gepersonaliseerd onderwijs goed is ‘voorgesorteerd’. We lopen ze punt voor punt langs.

  • De school zorgt voor een veilige en ordelijke omgeving voor leerlingen.

Binnen gepersonaliseerd onderwijs is elke leerling uniek. Met eigen ambities en talenten. Die gezien en besproken worden tijdens de wekelijkse coachgesprekken. Versterkt door een dagelijkse basegroup-dagstart die drie doelen dient: aandacht voor elke leerling, aandacht voor onderlinge groepsdynamiek en burgerschap, aandacht voor de actualiteit van de dag, zowel op school als in de wereld. Deze elementen van gepersonaliseerd onderwijs dragen bij aan– krijgen wij van scholen terug – het gevoel bij leerlingen dat zij zichzelf mogen zijn, en leren hen zo om ook anderen te accepteren zoals ze zijn. Onderlinge relaties worden versterkt, zowel tussen leerlingen als tussen leerlingen en docenten. En docenten onderling, want gepersonaliseerd onderwijs vergt meer teamwork. Dat creëert een plezierige atmosfeer waarin bijvoorbeeld minder wordt gepest.

  • Het onderwijs is doelgericht.

Voor scholen die gepersonaliseerd onderwijs aanbieden is dit een ‘inkopper’. Want leren met behulp van concrete leer- en werkdoelen maakt deel uit van het Kunskapsskolan DNA, en is daarmee een hoeksteen van gepersonaliseerd onderwijs. Zo ziet een leerling telkens wat de eerstvolgende stap is naar het bereiken van zijn gestelde doel. Inzicht en overzicht helpen de leerling bovendien om regie te pakken, wat bijdraagt aan zijn/haar motivatie. Verder verbindt gepersonaliseerd onderwijs de ambities & talenten van leerlingen met de wettelijke leerdoelen, op meerdere niveaus en omschreven in heldere taal. Zo haalt de leerling elk leerdoel op het optimale/hoogst haalbare niveau.

  • De school biedt een uitdagend leerstofaanbod. 

Gepersonaliseerd onderwijs stelt de ambities en talenten van leerlingen centraal. En daagt leerlingen uit het beste uit zichzelf te halen. Door de mogelijkheid te bieden vakken in een sneller tempo of op een hoger niveau te volgen. Intensieve begeleiding, de juiste vragen stellen en passende sturing wijzen hierbij de weg. En door een rijk palet aan leeractiviteiten aan te bieden, denk aan lezingen, communicatiesessies, workshops etc. Zo krijgen leerlingen – wanneer zij eraan toe zijn – door afnemende sturing en begeleiding de mogelijkheid zelf meer regie te pakken over hun eigen ontwikkeling.

  • De leerlingen worden gestimuleerd ‘hogere denkvaardigheden’ te gebruiken. 

Hogere denkvaardigheden als ‘Analyseren’, ‘Evalueren’ en ‘Creëren’ worden binnen gepersonaliseerd onderwijs gestimuleerd. Dit komt tot uiting het didactisch vakontwerp van Kunskapsskolan waarin bijv. elk thema naast een kennisverwervingsfase, ook een onderzoeksfase en analysefase kent. Het resultaat komt samen in een presentatiefase. Samen biedt dit de leerling de mogelijkheid om kennis en vaardigheden m.b.v. hogere denkvaardigheden te verdiepen en/of verbreden.

  • De leerlingen krijgen effectieve/constructieve feedback.

Gepersonaliseerd onderwijs kent niet alleen een klassikale lesstructuur, maar bestaat uit een brede variatie van leeractiviteiten zoals instructie, lezingen, labsessies en workshops. Met de leraar in een essentiële rol, want onderwijs is en blijft mensenwerk. In die leeractiviteiten zoekt de docent naar signalen en bewijs of de leerling de leerdoelen behaalt of wat er nog nodig is om dat te behalen. Dit resulteert in formatieve feedback. Belangrijk hierbij is ook de wekelijkse coaching die elke leerling van zijn/haar vaste coach krijgt. Waarbij wordt besproken of de afgesproken leerdoelen zijn gehaald, welke leerdoelen voor de volgende week worden gepland, waar leerlingen moeite mee hebben en welke leerdoelen op een hoger of lager niveau kunnen worden gedaan. Maar ook meer persoonlijke zaken worden gesproken, zodat eventuele problemen eerder aan het licht komen en kunnen worden aangepakt.

  • De school laat zien dat ze hoge verwachtingen heeft van leerlingen. 

Een van de vier Kunskapsskolan waarden is ‘Life is what you make it’. Door hem/haar als persoon te horen en te zien, voortdurend uit te dagen het beste uit zichzelf te halen, ontstaat een omgeving waarin leerlingen meer kunnen bereiken dan zij ooit voor mogelijk hadden gehouden. En dit geldt voor elke leerling. Want het onderwijs is immers: gepersonaliseerd. Dus ook voor leerlingen met ‘speciale behoeften’. Want niet voor niets zei de grondlegger van het Kunskapsskolan onderwijsmodel, Birgitta Ericsson, eind jaren negentig al: ‘Every child has special needs’. En vormen de talenten, ambities èn speciale behoeften de geïntegreerde basis voor het onderwijs dat zij krijgen.

  • De leerlingen doen succeservaringen op.

In de onderbouw kunnen leerlingen veel langer onderzoeken wat het juiste niveau voor hen is. Het leerdoelgerichte onderwijs maakt expliciet wat je al leert en beheerst. Regelmatige feedback en feed forward van de vakdocent, wekelijkse reflectie met de coach helpen de leerling de juiste doelen te stellen en de goede strategie te kiezen en uit te voeren. Zo kunnen leerlingen de regie pakken over hun eigen ontwikkeling en meer bereiken dan ze zelf voor mogelijk hadden gehouden. Niet als race ten opzichte van anderen, maar als ambitie van jezelf. En die successen worden behaald, mits leerlingen goed worden begeleid. Want ook hier geldt: niets gaat vanzelf.

  • Er is sprake van een positieve relatie tussen de school en de leerlingen.

Er is een fundamenteel verschil met een relatie tussen leerlingen en een leraar die voor de klas staat – met onderwijs gericht op de gemiddelde leerling in een traditionele setting – of bij wekelijkse coaching tussen de vaste coach en de leerling binnen gepersonaliseerd onderwijs. Bovendien is binnen gepersonaliseerd onderwijs de rol en positie van leraren ook anders: zij zijn naast coach vakleerkracht, algemeen leraar en lid van het schoolteam. Hierdoor zijn relaties veelzijdiger en sterker.

  • De leerlingen hebben regie over hun leerproces.

Regie over je eigen ontwikkeling heb je als leerling niet van nature, dat moet je worden geleerd. Coaching is hierin belangrijk. Dus geldt binnen gepersonaliseerd onderwijs dat leerlingen, zodra zij daaraan toe zijn, meer regie mogen pakken over hun eigen ontwikkeling. Wij noemen dat afnemende sturing. En bij sommige leerlingen gaat dat heel snel en ver, bij anderen langzamer en minder ver en soms moet worden vastgesteld dat die eigen regie er niet in zit. Iedere leerling krijgt de structuur die hij/zij nodigt heeft om zijn/haar doel te behalen. Maar wel in goed overleg, zodat de leerling weet: dit heb ik nodig om mijn doel te halen. Want het onderwijs is immers gepersonaliseerd.

  • Leerlingen hebben een perspectief op de toekomst. 

Wij zitten niet in een tijdperk van verandering, maar in de verandering van een tijdperk. Veel beroepen zullen het komende decennium verdwijnen, en nieuwe zullen daarvoor in de plaats komen. Om als werknemer toekomst te hebben, zijn ‘een leven lang leren’, ‘digitale vaardigheid’, ‘kunnen plannen en finishen’ en ‘verantwoordelijkheid kunnen pakken en dragen’ – om er maar vier te noemen – van cruciaal belang. Het KED Programma is zo ontworpen dat deze vaardigheden door de wijze van onderwijs ontwikkeld worden.

Gemakkelijk?

Het is veel te gemakkelijk om op basis van het bovenstaande te concluderen dat het Kunskapsskolan Raamwerk voor Onderwijskwaliteit ‘dus’ voldoet aan alle ijkpunten die in het rapport van de Onderwijsinspectie worden genoemd. Want er is altijd een verschil tussen theorie en praktijk. Gepersonaliseerd onderwijs realiseren vereist niet voor niets een fundamentele transitie van de schoolorganisatie en een totaal andere manier van werken van leraren en de schoolleiding. Een transitie waar tussen de vier en acht jaar voor moet worden genomen en waarbij – naast het Kunskapsskolan Raamwerk voor Onderwijskwaliteit – ook het Kunskapsskolan Raamwerk voor Onderwijsorganisatie en het Kunskapsskolan transitiemodel een bepalende rol spelen. Scholen die gepersonaliseerd onderwijs aanbieden hebben dus net zo’n uitdaging als alle andere scholen in Nederland om de motivatie van leerlingen naar een hoger niveau te brengen. Al zijn wij er ook van overtuigd dat gepersonaliseerd onderwijs alle bouwstenen bevat om die hogere leerling-motivatie ook daadwerkelijk te realiseren.

Deel binnen je eigen netwerk: