De Sociaal Economische Raad, een van de belangrijkste brede adviesorganen van de Nederlands regering heeft kortgeleden een rapport gepubliceerd over het structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen. Het rapport geeft aan dat de kansen van mensen in het leven bepaald worden door wie hij of zij kent en door wie diegene wordt gesteund (zelfs uitstekende studieresultaten worden niet verzilverd vanwege het niet opbouwen van een netwerk). Daarnaast zijn de kenmerken en omstandigheden bij de geboorte (geslacht, plaats, etnische of sociaal-economische achtergrond van ouders) in belangrijke mate van invloed op de onderwijskwalificaties die iemand behaalt, wat voor baan iemand krijgt en iemands gezondheid en huisvesting.

Het issue is niet nieuw natuurlijk, getuige het oeroude Nederlandse gezegde ‘wie voor een dubbeltje is geboren, wordt zelden een kwartje’. Maar weldegelijk van deze tijd. Onlosmakelijk verbonden aan maatschappelijke thema’s als inclusiviteit en de effecten van corona op het leren binnen de Nederlandse scholen.

Denklijnen

Wat opvalt is dat het SER-rapport wel om vernieuwing vraagt, maar die ambitie langs oude overheids-denklijnen inkleurt. Met een nadruk op curatief handelen met een veelheid aan op zich niet verkeerde (extra) voorzieningen en investeringen. Het rapport is dan ook meer een uitgebreide probleemanalyse en literatuurstudie dan een vernieuwend en praktisch advies richting het Kabinet. Bovendien heeft het rapport – behoudens een lijstje met (overheids)projecten – nauwelijks oog voor wat er bijvoorbeeld in het onderwijs allemaal al gebeurt.

Verder lijkt de SER behendig langs een hedendaags taboe-thema te sturen: de verantwoordelijkheid van mensen/ouders zelf. Bijvoorbeeld: onderwijsprofessionals weten dat je het Nederlands onderwijs maar beperkt verantwoordelijk kunt houden voor het feit dat op dit moment een kwart van alle 15-jarigen – over de gehele breedte – functioneel laaggeletterd is. Een groot deel van de oorzaak ligt bij het verschijnsel dat ouders de laatste decennia hun rol op dit vlak minimaliseren en uitbesteden aan opvang en onderwijs (terwijl zij die rol maar beperkt kunnen oppakken). Het had de SER gesierd om ook dit mee te nemen in haar analyse van oorzaken èn oplossingen ten aanzien van kansenongelijkheid.

Baanbrekend

Maar, wat is er op dit vlak dan al aan initiatieven die kansenongelijkheid bestrijden of proberen weg te werken? Hiervan een lijstje proberen te maken leidt onvermijdelijk tot het tekortdoen van prachtige initiatieven en dito onderwijsprofessionals (misschien een idee voor een SER-vervolgstudie?).

Bij Kunskapsskolan Nederland roept het SER-advies in elk geval de behoefte op om de praktische realiteit aan te reiken op scholen die gepersonaliseerd onderwijs aanbieden. Niet als ultiem antwoord of om wie dan ook te overtuigen. Maar als inbreng in de discussie. Omdat de realiteit daar nauw aansluit bij menige probleemanalyse in het SER-rapport.

Determinatie

Binnen het Kunskapsskolan gepersonaliseerd onderwijs zet men al lang stappen op het pad van latere determinatie. Hier leren leerlingen op hun eigen niveau en in hun eigen tempo en krijgen zij de gelegenheid om definitieve keuze uit te stellen (zoals ook de Onderwijsraad recent nog heeft geadviseerd). Binnen het Kunskapsskolan gepersonaliseerd onderwijs onderwijs krijgen leerlingen – zodra eraan toe – begeleid de ruimte om regie te gaan pakken over hun eigen ontwikkeling. Waarmee de kiem wordt gelegd voor vaardigheden – zogeheten future skills – die hun kansen op latere leeftijd in hoge mate gaat beïnvloeden. Zoals ook het vermogen om zelfstandig te blijven leren en ontwikkelen.

Binnen het Kunskapsskolan gepersonaliseerd onderwijs hebben leraren al de ruimte om letterlijk elke leerling de aandacht te geven die hij/zij nodig heeft. Waardoor reeds ontstane kansenongelijkheid-gevolgen vroeg worden vastgesteld en actief worden aangepakt. Door niet mee te gaan, bijvoorbeeld, in het cijferfetisjisme en de toetscultuur die het huidige Nederlandse onderwijs kenmerkt. Maar een balans te creëren tussen kennis en vaardigheden waar deze leerlingen uiteindelijk door werkgevers op worden geselecteerd. En dat alles in een gedigitaliseerde onderwijsomgeving met het motto ‘onderwijs is mensenwerk’; dus ICT en digitale leermiddelen als mogelijkheden om leraren maximale mogelijkheden te geven met elke leerling het verschil te maken. Met als opvallende bijkomstigheid dat het vak van leraar omvattender wordt, maar de praktijk uitwijst dat de gepercipieerde werkdruk lager ligt.

Menukaart

Het Nederlands onderwijs heeft inmiddels het Nationaal Programma Onderwijs met een Menukaart die bij veel van de bovenstaande bewegingen aansluit. Waarbij wij hopen dat de recente oproep van de Inspecteur-Generaal van de Onderwijsinspectie (in onze woorden) – ‘ga niet alleen banden plakken maar breng ook structurele verbeteringen aan’– niet aan dovemansoren is gericht. En het is tegen deze achtergrond dat de bestuurders, schoolleiders en leraren van scholen die hun gepersonaliseerd onderwijs enten op Kunskapsskolan – samen de Kunskapsskolan community vormend – de afgelopen maanden hun collega’s in het onderwijs hebben opgeroepen om in contact te komen. Om vanuit het principe ‘als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen’ met elkaar te praten over wat er nog beter kan en over wat wij van elkaar kunnen leren. Om er samen alles aan te doen de effecten van kansenongelijkheid zo klein mogelijk te houden.

Deel binnen je eigen netwerk: