De Inspectie van het Onderwijs van het Nederlands Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft gisteren haar jaarlijkse Staat van het Onderwijs gepubliceerd. Een rapportage om de onderwijswereld te laten zien waar met vertrouwen en zorg naar mag/moet worden gekeken.

Dus is het ook voor Kunskapsskolan Nederland – hoewel in het rapport niet genoemd – een document om te spiegelen aan onze toegevoegde waarde en praktijk. De Staat van het Onderwijs 2019 voelt ons als een steun in de rug. Omdat de praktijk van de scholen met wie wij samenwerken – die natuurlijk altijd beter kan – aansluit bij waar de Inspectie toe oproept.

In De Staat van het Onderwijs 2019 wordt helder uiteengezet wat de belangrijkste doelen zijn van het onderwijs. ‘Jongeren begeleiden naar werk en hen als burger volwaardig deel uit laten maken van de samenleving. Hiertoe moet het onderwijs niet alleen de benodigde kennis en vaardigheden meegeven, maar ook de talenten van álle leerlingen en studenten tot bloei laten komen.’ Precies zoals ook wij het zien. Wat ons betreft te realiseren door elke leerling als uniek te beschouwen, met eigen ambities en talenten. En het uitgangspunt te hanteren dat elke leraar voor elke leerling voldoende aandacht dient te hebben. In een duidelijke structuur, werkend aan persoonlijke doelen. Intensief begeleid, uitgedaagd, geconfronteerd en gestimuleerd om leerlingen in staat te stellen het beste uit zichzelf te halen. Twintig jaar ervaring met ons onderwijs in Zweden heeft de inspectie daar tot de erkenning gebracht dat dit leidt tot aantoonbaar betere academische resultaten en een hogere motivatie onder leerlingen. Bijna zestig Nederlandse scholen zijn bezig om dat ook in Nederland waar te maken.

Vrijheid

Terecht staat de Inspectie uitgebreid stil bij de vrijheid van scholen om eigen keuzes te maken. Want in Nederland is sprake van een veelheid aan onderwijsconcepten en -vernieuwingen, ‘waarbij het niet altijd duidelijk is waarom een school kiest voor een bepaalde vorm van maatwerk, flexibilisering of profilering’. Met daaraan de zorg gekoppeld dat ‘scholen de resultaten en effecten van hun keuzen slechts in zeer beperkte mate evalueren. Waardoor ze maar matig leren wat wel en niet werkt en die kennis bovendien niet of nauwelijks delen met andere scholen of opleidingen.’

Het bovenstaande bevestigt ons in de aanpak die wij binnen ons partnerschap met Nederlandse scholen kiezen. Met een ‘onboarding’-proces waar we uitgebreid de tijd voor nemen. Uitmondend in een Proof of Concept waarin de school omschrijft wat de ambitie is van de school (en waarom), hoe zij die ambitie in vier tot acht jaar willen realiseren en wie in dat proces wat heeft te doen. Elke zes weken evalueren we samen hoe de voortgang verloopt.

IJkpunten

In het voorwoord van De Staat van het Onderwijs 2019 geeft Inspecteur van het Onderwijs, Monique Vogelzang aan dat het binnen al die keuzen van scholen ‘ontbreekt aan een gezamenlijk fundament van gezamenlijke doelen en ijkpunten’. Dus roept zij op om die ijkpunten te formuleren. ‘Met iets minder vrijheid en vrijblijvendheid als gevolg, maar tegelijk de opdracht voor leraren, schoolleiders, de overheid en de inspectie om deze ijkpunten te helpen bewaken. Om op deze manier de vele initiatieven te richten en in het onderwijs een volgende stap te zetten’.

Met het Kunskapsskolan Framework (KED-model) hebben wij een bewezen onderwijsorganisatiemodel dat scholen in staat stelt gepersonaliseerd onderwijs uitvoerbaar, betaalbaar, verantwoord en duurzaam te realiseren. Geen keurslijf, maar wel een duidelijk kader en een uitnodiging om afgewogen keuzes te maken. Met daarbinnen professionele vrijheid voor leraren om hun passie te voorzien van extra dynamiek, inhoud en werkplezier.

Observatie

De Staat van het Onderwijs 2019 is precies zoals het heet: een even brede als diepe ‘tour de horizon’ langs de scholen van Nederland. Waarin naast de problematiek van het lerarentekort ook de kans-ongelijkheid een prominente plaats inneemt. Waaraan wij – zonder pretentie om dit terecht gesignaleerde issue van een oplossing te kunnen voorzien – de observatie verbinden dat letterlijk elke ouder voor zijn/haar kind wil dat het wordt gezien en gehoord. Dat het wordt uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen. Waarbij de talenten worden benut en de onvermijdelijk minder sterke punten maximaal worden ondersteund. Door middel van persoonlijke aandacht. Wij ervaren op de scholen waar wij mee mogen samenwerken dat leerlingen in zo’n atmosfeer voelen dat zij zichzelf mogen zijn en aldus leren om anderen te accepteren zoals ze zijn. Dat creëert een plezierige atmosfeer waarin leerlingen én leraren meer zijn gemotiveerd om het verschil te maken. Voor zichzelf en als afgeleide voor De Staat van het Onderwijs in Nederland.

Deel binnen je eigen netwerk: