Artificial Intelligence – oftewel AI – creëert binnen het Nederlands onderwijs (en ook daarbuiten) een paradox met diverse gezichten. Binnen elke school(organisatie) staat het op de agenda, maar onder docenten is het urgentiegevoel wisselend. En hoewel veelbestuurders en schoolleiders doordrongen zijn van het belang, creëert de ontwikkelingssnelheid een worsteling rondom het ‘waar’, ‘hoe’ en ‘wanneer’. Dus zie je voorlopers en achterlopers, initiatieven en verzet en ontnemen (terechte) discussies over bedreigingen op menige plek het zicht op de sleutelrol die AI kan spelen bij de verdere verbetering van het onderwijs.
In december vond een ontmoeting plaats tussen Henk Hagoort, voorzitter VO-Raad, en bestuurders van de Kunskapsskolan Community. Hagoort is helder in zijn standpunt ‘Curriculum biedt mogelijkheid om voldoende ruimte te pakken’.
De nieuwste Position Paper van de Kunskapsskolan Community is er helder over: De sleutel naar het verkleinen van kansenongelijkheid ligt voor een belangrijk deel bij het later selecteren en beter differentiëren.
Determinatie en kansengelijkheid. Het is een thema waarover al jaren wordt gedebatteerd. Mede op basis van wetenschappelijk onderzoek uit binnen- en buitenland, dat veelal concludeert dat de Nederlandse praktijk – vroege determinatie in het twaalfde levensjaar – juist leidt tot kansenongelijkheid. Maar toch: VO-raad voorzitter Henk Hagoort moest kortgeleden nog – op de publieke tribune van de Tweede Kamer – tandenknarsend vaststellen dat de Nederlandse politiek kennelijk zo ver nog niet is.

